Richtlijnen huisvesting en verzorging

Graptemys oculifera

Auteur: Annieka Holdinga

Datum: januari 2022

Let op: deze richtlijnen zijn met zorg samengesteld onder begeleiding van een werkgroep van de NBSV. Om deze en andere soorten schildpadden goed te houden, is het gewenst dat de (toekomstige) houder zich doorlopend verdiept in de soort, zijn natuurlijke biotoop, de klimatologische omstandigheden in het verspreidingsgebied en de eet- en leefgewoonten van de soort.

Perspectief

 

Gematigd

(Sub)tropisch

Woestijn/Steppe

Land

 

 

 

Moeras

     

Water

 

Ondersoorten

Er zijn geen ondersoorten.

Herkomst

Mauremys leprosa1

Genetisch

Graptemys oculifera heeft een klein verspreidingsgebied dat zich beperkt tot de Pearl River en zijn zijrivieren in de staten Mississippi en Louisiana. 

In gevangenschap: vanwege de kruisingen die zich tussen de verschillende Graptemys-soorten kunnen voordoen, wordt geadviseerd om dieren niet te kruisen met dieren van een andere soort. Op die wijze worden de verschillende soorten in gevangenschap zoveel mogelijk in stand gehouden en gekruiste verschijningsvormen beperkt.

Biotoop

Brede rivieren met een sterke stroming met veel zonneplekken in de vorm van boomstammen en takken. Naast deze rivieren liggen zandbanken, waar de dieren hun eieren kunnen afzetten.
 
Graptemys2 Graptemys3

Voorbeeldbiotopen van Graptemys oculifera (foto’s door Robert L. Jones)

In gevangenschap wordt Graptemys oculifera het beste gehouden in een binnenvijver of aquarium. Qua inrichting zijn er vele mogelijkheden. Het is belangrijk om daarbij onder meer de volgende aspecten in acht te nemen:

  • zon- en droogmogelijkheden op een droog stuk (uitstekende stronk, kurk en landgedeelte) met warmtelamp én UV-B verlichting;
  • verwarmd water;
  • waterdiepte ca. 30 cm en hoger; bij juveniele dieren moet de waterdiepte lager zijn met veel mogelijkheden aan het oppervlak te rusten;
  • schuilmogelijkheden (onderwaterstronken, stenen, etc.);
  • bodembedekking: zand op de bodem van het aquarium; licht vochtig zand in het landgedeelte waar vrouwtjes eieren afleggen;
  • het water moet sterk gefilterd worden en regelmatig worden ververst.

Graptemys kan in de zomermaanden bij goed weer ook in een buitenvijver worden gehouden. Bij het houden in een buitenvijver is aandacht nodig voor anti-ontsnappingsmaatregelen. Een omranding van 70 cm met een naar binnen overhangende rand volstaat in de regel. Ook in een vijver moet zorg gedragen worden dat het water weinig verontreinigingen bevat. De huisvesting dient bij voorkeur op een rustige plaats te staan zodat de dieren niet steeds gestoord worden door passerende personen en steeds het water opzoeken terwijl zij liggen te zonnen.

Richtlijn: Bied een verwarmd aquarium met 30 cm waterdiepte (of meer) met zon- en schuilmogelijkheden. En pas sterke filtering en regelmatige waterwissels toe.

Klimaatgegevens

Graptemys oculifera heeft een klein verspreidingsgebied waarvan het grootste gedeelte zich in de staat Mississippi bevindt. In dit gebied ligt de gemiddelde temperatuur in de winter op 12-14 °C met een temperatuur van april tot oktober van 25 tot 33 °C.

Graptemys4
Gemiddelde temperatuur en neerslag in Mississippi (https://www.bestereistijd.nl/verenigde-staten/mississipi/).

In gevangenschap: om de temperatuur van het natuurlijke verspreidingsgebied zo goed mogelijk te benaderen, is het noodzakelijk om te werken met een verwarmd aquarium. Van april t/m september is een watertemperatuur van 22-28 °C gewenst. Op de plek waar de dieren zonnen dient de temperatuur circa 35 °C te bedragen. Op de zonplek volstaat in de regel een warmtelamp van ca. 50-75 W. De overige verlichting kan bestaan uit daglicht, TL-buizen of andere lampen. Na de vorstperiode, kunnen deze dieren bij een voldoende goede zomer ook worden ondergebracht in een vijver in een kas. 

Richtlijn: Het aquarium dient verwarmd te zijn en er dient een droog gedeelte aanwezig te zijn waar de dieren zich kunnen opwarmen tot circa 35 °C. ’s Zomers kunnen de dieren bij een voldoende goede zomer in een vijver met zonligging worden gehouden.

Winterslaap

In het natuurlijke verspreidingsgebied komt zelden vorst voor. Als de watertemperatuur structureel onder 15 °C komt te liggen en opwarmen tot ca. 25 °C niet meer mogelijk is, stoppen de dieren met eten. Nadat de watertemperatuur enige dagen lager dan 10 °C blijft, worden de dieren inactief en gaan ze in winterslaap.

In gevangenschap gaat Graptemys oculifera ook in winterrust/-slaap indien de watertemperatuur wordt verlaagd, de temperatuur op de zonplek wordt teruggeschroefd en ook de daglengte wordt beperkt (het aantal uren verlichting). 
Een winterrust/-slaap is niet noodzakelijk, maar het is een onderdeel van het natuurlijke jaarritme. De omstandigheden waarin de winterrust/-slaap wordt doorgebracht, dient geschikt te zijn:

  • Watertemperatuur 5-10 °C;
  • Verduisterd verblijf.

Geadviseerd wordt om voedselaanbod af te bouwen en te staken circa 3 weken voor de winterslaap/-rust. In de herfst en het voorjaar moet worden gezorgd voor een geleidelijke overgang naar de situatie in de winter respectievelijk naar de zomer.

Richtlijn: Zorg voor een winterslaap met een watertemperatuur in de temperatuurzone 5-10 °C, in een verduisterd verblijf.

Dieren per oppervlakte

Uit de natuur is niet bekend hoeveel dieren er per m2 leven. In gevangenschap is in het aquarium een minimum leefruimte van 0,5 m2 voldoende om maximaal twee volwassen vrouwelijke dieren in te huisvesten. Ook als slechts één dier wordt gehouden, is dit de minimum leefruimte. Dit komt neer op bijvoorbeeld een afmeting van 100 x 50 cm. Omdat het goede zwemmers zijn, is ook de hoogte van het verblijf van belang. Diep water geeft (half)volwassen dieren meer zwemruimte en lichaamsbeweging. Houd er rekening mee dat dieren elkaar soms niet verdragen. Bij meer dan 2 dieren is 0,1 m2 per extra dier gewenst. In het algemeen geldt echter: meer ruimte is altijd beter!

Richtlijn: Een verblijf voor een of twee volwassen dieren dient op z’n minst 0,5 m2 groot te zijn. 

Geslachtsonderscheid

Man:

  • dikke staartwortel en lange(re) staart;
  • cloaca voorbij het plastron;
  • kleiner dan vrouw;
  • smalle kop.                                                                  

Vrouw:

  • korte(re) staart;
  • cloaca dichtbij het plastron;
  • groter dan man;
  • brede kop.

Wetgeving

Graptemys oculifera is wettelijk beschermd. De soort valt onder EU bijlage B en CITES Appendix II en mag enkel gehouden worden als de legale herkomst aangetoond kan worden.

Voortplanting

Voor volwassen vrouwtjes moet in gevangenschap een “eiland” aanwezig zijn met een legbak voor het afleggen van eieren. De diepte hiervan moet minimaal de schildlengte van het volwassen dier zijn. Als een geschikte aflegplek ontbreekt, kunnen vrouwtjes in legnood raken en sterven. Voor de paring kunnen mannetjes en vrouwtjes in voor- en najaar worden samengebracht. Vrouwtjes leggen de zachtschalige, iets langwerpige eieren in het voorjaar tot late zomer in de legbak of -eiland van de huisvesting. Zonder ze te draaien kunnen de eieren worden uitgegraven en worden ondergebracht in een broedapparaat voor reptieleneieren. Bevruchte eieren ontwikkelen een witte vlek die zich over het ei verspreidt tot het ei volledig wit is. Afhankelijk van de broedtemperatuur die mag variëren tussen 22 en 32 °C, komen de eieren uit na ca. 61 - 95 dagen. De pasgeboren dieren zijn ca. 2,8 tot 4,0 cm groot. 

Richtlijn: Zorg voor een geschikte aflegplek voor eieren als er vrouwtjes zijn. 

Opgroei nakweekdieren

Na de opname van de dooierzak in het lichaam, kunnen de schildpadjes worden geplaatst in een kleine bak met een waterhoogte van enige centimeters en een watertemperatuur van ca. 28 - 30 °C. Deze bak moet ook worden voorzien van een spotlamp en een plek om te zonnen. In de bak kunnen met kunstplanten schuilplaatsen worden gecreëerd. Naar gelang de dieren opgroeien, kan de waterhoogte worden opgevoerd.

Richtlijn: Geef jonge dieren een heel beperkte waterhoogte met veel waterplanten. 

Richtlijn: Zorg ook bij jonge dieren voor een droge plek met een lamp om te zonnen. 

Richtlijn: Zorg ook bij jonge dieren voor UV(B)-straling. 

Voedsel

Graptemys oculifera is omnivoor. Bij jonge dieren wordt begonnen met het voeren van levend voer, bijv. wormen, pissebedden, muggenlarven en garnaaltjes. Na een aantal weken kan worden begonnen met het wennen aan ander voer. Afwisseling in het voer en voldoende vitaminen en mineralen zijn van groot belang. Bij vlees- en visproducten kan worden gedacht aan o.a. runderhart, vis, garnalen, kreeftjes, mosselen, hermetia larven, meelwormen, insecten en slakken. Plantaardig voedsel mag ook niet ontbreken. Eendenkroos, watersla, waterpest en andijvie worden graag gegeten. Voedsel kan worden aangeboden in de vorm van gelatinebrokken met daarin een mengsel fijn gemaakte voedingsbestanddelen en toegevoegde vitaminen en mineralen. Vitaminen en kalk kunnen ook door bolletjes tartaar worden gekneed. Ter afwisseling kan men voeren met korrels voor vijvervissen en watervogels. Ook kattenbrokken worden graag gegeten. Kalk is belangrijk voor de opbouw van schild en skelet. Het kan worden aangeboden door sepia, huisjesslakken en ander calciumrijk voedsel. Jonge dieren worden elke dag gevoerd, grotere dieren elke paar dagen. Zaagrugschildpadden eten altijd in het water.

Richtlijn: Biedt gevarieerde dierlijke voeding en zorg voor vitaminen en mineralen. 

Ziekte

Raadpleeg in geval van twijfel altijd een reptielenarts. Op de site www.trionyx.nl vindt u een overzicht van gespecialiseerde reptielenartsen. Een gezonde schildpad is actief, kijkt goed uit de ogen, eet en heeft geen snotneus. Ga niet zelf zitten dokteren. Geef een ziek dier in ieder geval voldoende warmte en incidenteel een lauw badje om de darmen te legen. Vang ontlasting op en neem dit mee naar de reptielenarts voor onderzoek naar bijvoorbeeld parasieten of wormpjes.

Praktijkvoorbeelden

Mauremys leprosa3

Dier op een zonplek onder warmtelampen waar ze volledig kan drogen en opwarmen. Achter de zonplek bevindt zich een ruime afzetplaats met diep zand om eieren in af te zetten. Deze mag bij vrouwelijke dieren niet ontbreken.

 

Mauremys leprosa4

Inrichting met levende planten en zand als substraat op de bodem.

 

Download deze richtlijn in pdf formaat

Ga naar boven