Richtlijnen huisvesting en verzorging

Sternotherus sp

Auteur: Jan Boonstra

Datum: november 2021

Let op: deze richtlijnen zijn met zorg samengesteld onder begeleiding van een werkgroep van de NBSV. Om deze en andere soorten schildpadden goed te houden, is het gewenst dat de (toekomstige) houder zich doorlopend verdiept in de soort, zijn natuurlijke biotoop, de klimatologische omstandigheden in het verspreidingsgebied en de eet- en leefgewoonten van de soort.

Perspectief

 

Gematigd

(Sub)tropisch

Woestijn/Steppe

Land

 

 

 

Moeras

     

Water

  X  

Ondersoorten

  • Sternotherus carinatus;

  • Sternotherus depressus;

  • Sternotherus minor minor; 

  • Sternotherus minor peltifer;

  • Sternotherus odoratus.

Herkomst

Mauremys leprosa1

Genetisch

Vanwege het grote verspreidingsgebied van de soort Sternotherus doen zich geografisch gezien genetische verschillen voor. Sommige genetische verschillen zijn dusdanig dat deze hebben geresulteerd in de vijf genoemde ondersoorten. Sternotherus odoratus heeft veruit het grootste verspreidingsgebied, van subtropisch klimaat tot een gematigd klimaat inclusief gebieden met koude winters. Alle overige ondersoorten leven in het zuidoosten van de Verenigde Staten in een subtropisch klimaat. De leefgebieden van de ondersoorten overlappen elkaar in belangrijke mate waardoor er sprake is van veel kruisingen tussen de ondersoorten. Vanwege de kruisingen die zich tussen de verschillende ondersoorten kunnen voordoen, wordt geadviseerd om dieren waarvan de ondersoort (relatief) zuiver is, niet te kruisen met dieren van een andere ondersoort. Op die wijze worden de verschillen tussen de ondersoorten in gevangenschap zoveel mogelijk in stand gehouden en hybride verschijningsvormen beperkt.

Biotoop

Greppels, sloten, drinkpoelen voor vee, vijvers, kanalen, moerasgebieden en in het algemeen langzaam stromende of stilstaande wateren.

Sternotherus2Sternotherus3

Voorbeelden van biotopen van Sternotherus sp.

In gevangenschap wordt Sternotherus sp het beste gehouden in een binnenvijver of aquarium. Qua inrichting zijn er vele mogelijkheden. Het is belangrijk om daarbij onder meer de volgende aspecten in acht te nemen:

  • zon- en droogmogelijkheden op een droog stuk (uitstekende stronk, kurk en landgedeelte) met warmtelamp én UV-B verlichting;
  • verwarmd water;
  • waterdiepte ca. 20 cm; bij volwassen dieren mag de waterdiepte groter zijn;
  • schuilmogelijkheden (onderwaterstronken, stenen, beplanting, etc.);
  • bodembedekking: zand op de bodem van het aquarium; licht vochtig zand in het landgedeelte waar vrouwtjes eieren afleggen.

Sternotherus odoratus kan in de zomermaanden ook in een buitenvijver worden gehouden. Bij de overige ondersoorten is dit sterk afhankelijk van de temperatuur ’s zomers en van de watertemperatuur. Bij het houden in een buitenvijver is aandacht nodig voor anti-ontsnappingsmaatregelen. Een omranding van 30 cm met een naar binnen overhangende rand volstaat in de regel. De huisvesting dient liefst op een rustige plaats te staan zodat de dieren zich niet steeds gestoord voelen door passerende personen en steeds het water opzoeken terwijl zij liggen te zonnen.

Richtlijn: Bied een verwarmd aquarium met 20 cm waterdiepte (of meer) met zon- en schuilmogelijkheden.

Klimaatgegevens

Atlanta (Georgia) ligt op het snijpunt van de meeste ondersoorten van Sternotherus sp. In dit gebied komt de luchttemperatuur gemiddeld niet onder de 10 °C (winter). Van mei t/m september is de luchttemperatuur 27 à 32 °C. De watertemperatuur van het (ondiepe) water zit in de bereik 12 °C (’s winters) tot 28 °C (’s zomers).

Sternotherus4
Gemiddelde temperatuur en neerslag in Atlanta, Georgia (https://www.bestereistijd.nl/verenigde-staten/georgia/atlanta-3853579/).

Om de temperatuur van het natuurlijke verspreidingsgebied zo goed mogelijk te benaderen, is het noodzakelijk om te voorzien in een verwarmd aquarium. Van april t/m september is een watertemperatuur van 20-28 °C gewenst. Op de plek waar de dieren zonnen, dient de temperatuur circa 35 °C te bedragen. Op de zonplek volstaat in de regel een warmtelamp van ca. 40 W. De overige verlichting kan bestaan uit daglicht, TL-buizen of andere lampen. In de zomermaanden, zo van juni tot en met augustus, kunnen bij een voldoende goede zomer ook worden ondergebracht in een vijver. De vijver dient dan wel een groot gedeelte van de dag in de zon te liggen, zodat de dieren zich kunnen opwarmen tot circa 30 °C.

Richtlijn: Het aquarium dient verwarmd te zijn en er dient een droog gedeelte aanwezig te zijn waar de dieren kunnen opwarmen tot circa 35 °C. ’s Zomers kunnen de dieren bij een voldoende goede zomer in een vijver met zonligging worden gehouden.

Winterslaap

In het natuurlijke verspreidingsgebied, voor zover we ons beperken tot de zone waar alle ondersoorten voorkomen, vriest het nooit. Als de watertemperatuur structureel onder 15 °C komt te liggen en opwarmen tot ca. 30 °C niet meer mogelijk is, gaat Sternotherus sp in de natuur in winterrust/-slaap. Dit is voor ca. 3 à 4 maanden aan de orde. In deze maanden is de daglengte beperkt, alsmede het aantal zonuren. In gevangenschap gaat Sternotherus sp ook in winterrust/-slaap indien de watertemperatuur wordt verlaagd, de temperatuur op de zonplek wordt teruggeschroefd en ook de daglengte wordt beperkt (het aantal uren verlichting). Of een winterrust/-slaap noodzakelijk is, is niet bekend; natuurlijk is het in elk geval wel. Vermoedelijk is de winter/lenteprikkel nodig voor een gezonde hormoonhuishouding en succesvolle voortplanting. De omstandigheden waarin de winterrust/-slaap wordt doorgebracht, dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • Watertemperatuur 5-10 °C;
  • Verduisterd verblijf;
  • Beperkte waterhoogte (ca. anderhalve hoogte van het schild).

Geadviseerd wordt om voedselaanbod af te bouwen en te staken circa 3 weken voor de winterslaap/-rust. In de herfst en het voorjaar moet worden gezorgd voor een geleidelijke overgang naar de situatie in de winter respectievelijk naar de zomer.

Richtlijn: Zorg voor een winterslaap met een watertemperatuur in de temperatuurzone 5-10 °C, in een verduisterd verblijf met ondiep water.

Dieren per oppervlakte

Uit de natuur is niet bekend hoeveel dieren er per m2 leven. In het aquarium is een minimum leefruimte van 0,32 m2 voldoende om maximaal twee volwassen dieren in te huisvesten. Ook als slechts één dier wordt gehouden, is dit de minimum leefruimte. Dit komt neer op bijvoorbeeld een afmeting van 80 x 40 cm. Houd er rekening mee dat dieren elkaar soms niet verdragen. Dit is vaak het geval bij wat oudere vrouwtjes. Geslachtsrijpe mannetjes moeten in ieder geval apart van elkaar worden gehouden; onderling verdragen mannetjes elkaar niet. Ook de combinatie van één mannetje met enige vrouwtjes leidt vaak tot stress bij de vrouwtjes vanwege de voortdurende paringsdrift van de mannetjes. Bij meer dan 2 dieren is 0,16 m2 per extra dier gewenst. In het algemeen geldt echter: meer ruimte is altijd beter!

Richtlijn: Een verblijf voor volwassen dieren dient op z’n minst 0,32 m2 groot te zijn. Een volwassen dier erbij betekent minimaal 0,16 m2 ruimte erbij.

Geslachtsonderscheid

Man:

  • dikke staartwortel en lange(re) staart;
  • cloaca voorbij het plastron.

Vrouw:

  • korte(re) staart;
  • cloaca dichtbij het plastron.

Wetgeving

Sternotherus spp is wettelijk niet beschermd en kan vrij gehouden worden.

Voortplanting

Voor volwassen vrouwtjes moet een “eiland” aanwezig zijn met een legbak voor het afleggen van eieren. De diepte hiervan moet minimaal de schildlengte van het volwassen dier zijn. Als een geschikte aflegplek ontbreekt, kunnen vrouwtjes in legnood raken en sterven. Voor de paring kunnen mannetjes en vrouwtjes in voor- en najaar worden samengebracht. Vrouwtjes leggen de hardschalige, iets langwerpige eieren in het voorjaar of vroege zomer in de legbak of -eiland van de huisvesting. Zonder ze te draaien, kunnen de eieren worden uitgegraven en worden ondergebracht in een broedapparaat voor reptieleneieren. Afhankelijk van de broedtemperatuur die mag variëren tussen 27 en 31 °C, komen de eieren uit na ca. 60-80 dagen. De pasgeboren dieren zijn ca. 2,5 cm groot.

Richtlijn: Zorg voor een geschikte aflegplek voor eieren als er vrouwtjes zijn, ook als deze nog niet hebben gepaard.

Opgroei nakweekdieren

Na de opname van de dooierzak in het lichaam, kunnen de schildpadjes worden geplaatst in een kleine bak met een waterhoogte van enige centimeters en een watertemperatuur van ca. 25 °C. Deze bak moet ook worden voor zien van een
spotlamp en zonneplek. In de bak kunnen met kunstplanten schuilplaatsen worden gecreëerd. Naar gelang de dieren opgroeien, wordt de waterhoogte opgevoerd.                                     

Richtlijn: Geef jonge dieren een heel beperkte waterhoogte.

Richtlijn: Zorg ook bij jonge dieren voor een droge plek met zonnelamp.

Richtlijn: Zorg ook bij jonge dieren voor UV(B)-straling.

Voedsel

Variatie in voeding is het belangrijkste. Sternotherus sp is overwegend carnivoor. Bij jonge dieren wordt begonnen met het voeren van levend voer, bijv. watervlooien, Artemia (pekelkreeftjes), muggenlarven en Tubifex. Na een aantal weken kan worden begonnen met het wennen aan ander voer. Afwisseling in het voer en voldoende vitaminen en mineralen zijn van heel groot belang. Bij vlees- en visproducten moet worden gedacht aan o.a. runderhart, rundertartaar, verse zoet- en zeewatervis, garnalen, kreeftjes, regenwormen, meelwormen, insecten en slakken. Het is verstandig om alle voer in hapklare brokken aan te bieden om onnodige vervuiling van het zwemwater enigszins te voorkomen. Voedsel kan worden aangeboden in de vorm van gelatinebrokken met daarin een mengsel fijn gemaakte voedingsbestanddelen. Vitaminen en kalk kunnen door bolletjes tartaar worden gekneed. Ter afwisseling kan men voeren met korrels voor vijvervissen en watervogels. Ook geweekte kattenbrokken worden gegeten. Kalk is belangrijk voor de opbouw van schild en skelet. Het kan worden aangeboden door sepia of de gekookte schalen van kippeneieren voortdurend in het water te hebben en door dit te kneden door de tartaarballetjes. Jonge dieren worden elke dag gevoerd, grotere dieren elke paar dagen. Muskusschildpadden eten altijd in het water.

Richtlijn: Bied gevarieerde dierlijke voeding en zorg voor vitaminen en mineralen.

Ziekte

Raadpleeg in geval van twijfel altijd een reptielenarts. Op de site www.trionyx.nl vindt u een overzicht van gespecialiseerde reptielenartsen. Ga niet zelf zitten dokteren. Vang zo mogelijk ontlasting op en neem dit mee naar de reptielenarts voor onderzoek naar bijvoorbeeld parasieten of wormpjes.

Praktijkvoorbeelden

Mauremys leprosa3

Schuilmogelijkheden.

 

Mauremys leprosa4

Een gevarieerde inrichting met veel schuilmogelijkheden, natuurlijk verloop en opwarmplek. 

 

Mauremys leprosa5

Paring in ondiep water.

 

Download deze richtlijn in pdf formaat

Ga naar boven